1. Zorgverlener
De ervaring die ik meebreng: Voordat ik begon aan de HBO verpleegkundige opleiding, heb ik al kennis en ervaring opgedaan in de zorgverlening bij een beschermde woonvorm (BW) locatie bij GGZ-Rivierduinen. Ik heb basiskennis van verpleegtechnische handelingen opgedaan door middel van een keuzedeel opleiding via werk. Hier heb ik handelingen zoals injecteren, wondverzorging en stoma geleerd, echter nog nooit toegepast in praktijk. Ook ben ik bevoegd en bekwaam om medicatie te delen.
Competentie 1:
- De verpleegkundige stelt op basis van klinisch redeneren de behoefte aan verpleegkundige zorg vast op lichamelijk, psychisch, functioneel en sociaal gebied, indiceert en verleent deze zorg in complexe situaties, volgens het verpleegkundig proces, op basis van evidence-based practice.
In mijn eerste leerjaar heb ik via de module Evidence-Based Practice (EBP) een belangrijke basis gelegd voor mijn verpleegkundig handelen. Ik heb geleerd te werken met de drie pijlers van EBP: wetenschappelijke evidence, klinische expertise en de voorkeuren van de cliënt. Hierdoor heb ik een kritische blik ontwikkeld en weet ik mijn handelen als verpleegkundige beter te onderbouwen en te kiezen voor passende, onderbouwde interventies in de praktijk.
In mijn tweede leerjaar, tijdens de module klinisch redeneren, heb ik deze basis verder verdiept door klinisch redeneren bewust toe te passen. Waar dit eerder grotendeels onbewust gebeurde, ben ik mij nu goed bewust van het verpleegkundige proces en het werken volgens de Bakker-methode. Met behulp van de gezondheidspatronen van Gordon neem ik gestructureerd een anamnese af, herken en prioriteer ik verpleegkundige problemen en ben ik mij bewust van de mogelijke gevolgen wanneer hier niet tijdig op wordt ingespeeld. Mijn observaties en klinische overwegingen bespreek ik met het multidisciplinair team, zodat gezamenlijk passende zorgbeslissingen worden genomen.
De combinatie van evidence-based werken en klinisch redeneren stelt mij in staat om doelgericht, onderbouwd en preventief te handelen. Deze ontwikkeling vormt een stevige basis voor mijn rol als verpleegkundige in opleiding en past primair binnen de CanMEDS-competentie Zorgverlener.
Bewijslast:
Competentie 2:
- De verpleegkundige versterkt (zo ver als mogelijk) het zelfmanagement van mensen in hun sociale context. Ze richt zich daarbij op gezamenlijke besluitvorming met de zorgvrager en dienst naasten en houdt hierbij rekening met de diversiteit in persoonlijke eigenschappen, etnische, culturele en levensbeschouwelijke achtergronden en idealistische overtuigingen.
In mijn opleiding met name in het tweede jaar bij klinisch redeneren heb ik geleerd om het zelfmanagement van zorgvragers actief te versterken door gezamenlijke besluitvorming centraal te stellen. In de GGZ ervaar ik hierbij dat het soms lastig kan zijn om motivatie bij cliënten te vinden, zeker wanneer verpleegkundigen verbeterpunten signaleren die niet aansluiten bij waar de cliënt zelf de focus op wil leggen. Deze spanning tussen professionele observaties en de beleving van de cliënt heeft mij bewust gemaakt van het belang om het perspectief van de zorgvrager leidend te laten zijn, mits dit de gezondheid of veiligheid van de zorgvrager niet in de weg staat.
Door ervaring in de praktijk en het toepassen van shared decision making heb ik geleerd dat mijn verbeterpunten niet automatisch de verbeterpunten van de cliënt hoeven te zijn. Door samen met de cliënt te onderzoeken waar wél motivatie ligt en welke doelen voor hem of haar betekenisvol zijn, ontstaat meer betrokkenheid en eigenaarschap. Dit leidt in de praktijk tot soepeler samenwerking en betere resultaten. Deze manier van werken draagt bij aan het versterken van zelfmanagement en past binnen mijn ontwikkeling als verpleegkundige in opleiding, in lijn met de CanMEDS-competentie Zorgverlener.
Bewijslast:
Competentie 3:
- De verpleegkundige indiceert en voert verpleegtechnische (voorbehouden) handelingen uit op basis van zelfstandige bevoegdheid of functionele zelfstandigheid zoals beschreven in de wet BIG.
Tijdens mijn opleiding heb ik mij bekwaamd in het uitvoeren van verpleegtechnische handelingen volgens de geldende protocollen en richtlijnen. In het vaardighedenonderwijs heb ik geleerd om hygiënisch, veilig en methodisch te werken, waarbij het voorkomen van complicaties en het waarborgen van patiëntveiligheid centraal staat. Tijdens de eerste les stond hygiënisch werken centraal, waarbij aandacht werd besteed aan handhygiëne, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en het steriel werken. Deze basis gebruik ik bij alle verpleegtechnische handelingen die ik uitvoer.
Vervolgens heb ik in het skillslab verschillende verpleegtechnische handelingen geoefend. Voorafgaand aan iedere handeling heb ik mij verdiept in de indicaties, contra-indicaties, aandachtspunten en mogelijke complicaties. Hierbij heb ik gebruikgemaakt van protocollen en lesmateriaal, zodat ik de handelingen volgens de richtlijnen van de Wet BIG kon uitvoeren. Tijdens het oefenen heb ik geleerd om niet alleen technisch correct te handelen, maar ook klinisch te redeneren. Dit betekent dat ik vooraf nadenk over het doel van de handeling, de toestand van de cliënt en het juiste moment van uitvoeren. Een voorbeeld hiervan is dat wanneer een cliënt veel pijn ervaart en een handeling moet ondergaan, eerst beoordeeld wordt of pijnstilling gegeven moet worden voordat de handeling wordt uitgevoerd.
Tijdens het vaardighedenonderwijs heb ik onder andere geleerd om wondzorg uit te voeren, injecties toe te dienen, vitale functies te meten, katheters in te brengen, een neus-maagsonde te verzorgen en steriel te werken. Door het herhaald oefenen in het skillslab heb ik mijn vaardigheden verder ontwikkeld en ben ik zekerder geworden in het uitvoeren van verpleegtechnische handelingen.
In de praktijk heb ik verschillende handelingen uitgevoerd onder begeleiding van een bevoegde verpleegkundige. Hierbij werkte ik volgens protocol, hield ik rekening met hygiëne en veiligheid en paste ik klinisch redeneren toe. In het begin vond ik sommige handelingen, zoals wondzorg, spannend. Door deze handelingen vaker uit te voeren en feedback te krijgen van collega’s merkte ik dat mijn zelfvertrouwen groeide en dat ik steeds zelfstandiger kan handelen binnen mijn bevoegdheid.
Door het combineren van theoretische kennis, oefenen in het skillslab en het toepassen in de praktijk ontwikkel ik mij in het veilig en verantwoord uitvoeren van verpleegtechnische handelingen. Deze ontwikkeling past binnen de CanMEDS-rol van zorgverlener en sluit aan bij de eisen van de Wet BIG.
Maak jouw eigen website met JouwWeb